Vooruit met fruit!

Fruitteeltadviseur Henk Nooteboom

Toeval bestaat niet. We zitten aan tafel met vier fruitteeltspecialisten op het bedrijf van familie Hillebrand in Zeewolde; een internationaal opererende vruchtboomkwekerij voor de professionele fruitteler en vruchtboomkweker. In de spreekkamer zoemt een hommel achter de zonwering, op zoek naar een uitgang naar buiten. Teeltadviseur Jan Peeters schiet te hulp door het raam te openen en even later vliegt de superbestuiver de vrijheid tegemoet.

Het vormt een schril contrast met de toenemende beperkingen waarmee de fruitteelt wordt geconfronteerd. Van oudsher wordt de Nederlandse fruitteelt geroemd om haar innovatiekracht, maar dat beeld heeft aan impact ingeboet. Het aantal fruittelers staat onder druk als gevolg van discussies rondom het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Omwonenden van boomgaarden maken zich zorgen over de impact van spuitmiddelen op hun gezondheid, waaronder mogelijke correlatie met hersenaandoening Parkinson. Ook zijn er zorgen over de afname in biodiversiteit, de inzet en huisvesting van buitenlandse arbeidskrachten en de beschikbaarheid van voldoende en schoon water.

Aan tafel is bij Henk Nooteboom, Jan Peeters, Dirk van Hees en Erwin Hillebrand van een bedrukte stemming echter geen sprake. Realisme en pragmatisme voert de boventoon. Nooteboom heeft vertrouwen in een gezonde toekomst: “Veredeling en automatisering houden de Nederlandse fruitteelt toekomstbestendig. We hebben een prima verhaal, maar het is wel wenselijk om hiervoor het podium te pakken. Laat zien waar je trots op bent. Hoe we dankzij innovatie de impact op het milieu minimaliseren. Herstel de verbinding met en het vertrouwen van de consument.” Peeters van Fruitconsult vult aan: “Telers herkennen zich niet in het beeld dat fruittelers met hun bespuitingen de gezondheid van omwonenden of van gezinsleden onder druk zetten. Recente onderzoeksresultaten spreken dit beeld tegen. Het is essentieel om deze kennis met het publiek te delen.”

Nooteboom (56) is een fruitteeltman pur sang. Woonachtig in Oene en als zodanig opgegroeid in de IJsselstreek is hij van jongs af aan actief in het fruit. “De IJsselstreek is het oudste fruitteeltgebied van Nederland. De grond langs de IJssel is bijzonder vruchtbaar; een ideale basis voor fruitteelt. Fruit is onmiskenbaar de rode draad in de familielijn Nooteboom.” Een windhoos maakte dat Nooteboom als aardbeienteler letterlijk in zwaar weer belandde, waardoor hij in 1999 genoodzaakt was zijn bedrijf te verkopen. Aansluitend werkte hij 25 jaar voor meerdere gerenommeerde fruitboombedrijven, waarbij hij topfruit projecten begeleidde in o.a. China, Rusland en Oekraïne. Thuis zeiden ze: ‘we geven je op voor ‘Wedden dat’’, want ik kan aan het hout van de boom zien welk ras het is,” waarmee de passie van Nooteboom voor fruit treffend wordt beschreven.

Jacoliene en Arnold telen biologische appels in de IJsselstreek

Sinds 2024 werkt Nooteboom zelfstandig onder de naam Fruit Tree Consultancy, waarbij hij zijn rijke ervaring deelt met fruittelers in binnen- en buitenland. “Ik ben een verbinder in kennis en ervaring. Het belang van de fruitteler staat hierbij voor mij altijd op de eerste plaats. Als zelfstandig en onafhankelijk adviseur komt mijn passie maximaal tot haar recht: voor de teler, maar ook voor mij.” De contacten die Nooteboom in de loop der jaren heeft opgebouwd, komen nu goed van pas. “Ik heb adviescontracten met fruittelers in binnen- en buitenland. Twintig procent van mijn tijd besteed ik in Nederland; de overige tachtig procent ben ik actief in Europese fruitteeltgebieden in België, Noord- en Zuid-Duitsland, Oostenrijk en Engeland.”

Risicovol ondernemen

Terugblikken op 37 jaar werkervaring heeft Nooteboom de fruitteeltsector zien veranderen van een aanbod gestuurde naar een vraag gestuurde markt. “Na de Tweede Wereldoorlog was de urgentie groot om te voorzien in voedselzekerheid. Dit resulteerde uiteindelijk in de zestiger-/zeventiger jaren van de vorige eeuw in een gesubsidieerd overaanbod en lage prijzen. Rond de eeuwwisseling is er opnieuw een fase geweest van overaanbod. Dit werd ingeven door het feit dat Duitsland steeds meer zelfvoorzienend werd en het Nederlandse fruit links liet liggen. Inmiddels bepaalt de vraag en voorkeur van de consument het aanbod, waarbij nadrukkelijk wordt ingezet op het branden van specifieke peren- en appelrassen, zoals bijvoorbeeld Kanzi of Sprank. Dit maakt het niet eenvoudiger voor individuele fruittelers. We zien een sterk oplopende kostprijs, o.a. door oplopende arbeidskosten. Die meerkosten moeten vervolgens wel uit de markt terugkomen. Ik zie bij veel fruittelers in de leeftijdscategorie tussen de vijftig en zestig jaar veel onzekerheid over de bedrijfsopvolging. Kinderen staan niet te popelen om het bedrijf over te nemen, waarbij het harde werken en vooral de grote onzekerheid over inkomen een grote rol spelen. En dan laten we de grilligheid van de natuur – één hagelbui kan je complete oogst vernielen – nog buiten beschouwing. Arbeid wordt almaar duurder en het is ieder jaar opnieuw een puzzel om überhaupt aan voldoende personeel te komen. Daarnaast speelt de limitering van gewasbeschermingsmiddelen eveneens een grote rol. Het wordt een steeds grotere uitdaging om een goede opbrengst van homogene kwaliteit te realiseren.”

200 gram fruit per dag

Jan Peeters valt Nooteboom bij: “Fruittelers worden op de voet gevolgd door maatschappelijke organisaties, waarbij openlijk de zorg over het gebruik van bestrijdingsmiddelen wordt uitgesproken. Daar is op zich niets mis mee; we vertellen graag wat we doen en waarom we handelen zoals we handelen. Hierbij is het belangrijk om het eens te zijn over de feiten om communicatieruis te voorkomen. In Provincie Utrecht neem ik deel in een joined fact finding commissie en ik moet zeggen: dat werkt prima. Tot voor kort werden verontreinigingen in grondwater bijna automatisch toegerekend aan bestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw. Onderzoek wijst uit dat de bron vaak niet de teler is die boven het meetpunt boert. Residuen van medicijnen of industriële vervuilingen laten zien dat de ondergrondse infiltratie veel groter is dan gedacht. Hierdoor komen ook middelen uit rioleringen, industrie of vanuit de rivieren, uiteindelijk onder het land van de boeren en in het grondwater. Het feit dat in veel van de meetpunten het antimuggenmiddel DEET aanwezig is, terwijl dit middel niet in de land- en tuinbouw wordt gebruikt, is illustratief. Dit ontslaat de fruitteeltsector niet van haar verantwoordelijkheid, maar het geeft wel een beter genuanceerd beeld. Ter illustratie: de milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen in fruitteelt is dankzij verminderd middelengebruik, minder schadelijke middelen, driftbeperkende maatregelen en sensor-/precisietechniek ten opzichte van 2010 met maar liefst 75 procent gedaald.”

“Zijn we daarmee klaar? Zeker niet, er valt nog steeds veel te winnen. Dat is een continu proces. Het convenant Gewasbescherming moet duidelijkheid bieden aan telers, omwonenden en natuurbeschermers en een einde maken aan de polarisatie. Bovenal is het wenselijk dat de fruitteeltsector pro-actief gaat communiceren in plaats van telkens op een vermeende verdenking te reageren. We moeten zelf het heft in handen nemen om te laten zien hoe sterk, mooi en gezond deze sector is. Fruit is een onlosmakelijk onderdeel van de Schijf van Vijf met een dagelijkse gewenste consumptie van 200 gram fruit. Slechts twintig procent van de bevolking haalt deze norm. In omringende landen ligt dit advies veel hoger, dus de genormeerde 200 gram is echt het minimum wat we moeten bereiken.”

‘Zure appels’ 

Nooteboom: “Er staat veel op stapel in de fruitteeltsector. Het aantal fruittelers daalt jaar op jaar. Ondanks schaalvergroting neemt het aanbod in Nederland geleidelijk af. Natuurlijk kan dat opgevangen worden door import, maar in andere teeltgebieden spelen soortgelijke uitdagingen. Dit roept de vraag op of we als Nederland nog afhankelijker willen worden van de import van fruit. Ook leveranciers van mechanisatie en gewasbeschermingsmiddelen zijn terughoudend. Loont het nog om te blijven investeren in een dergelijke kleine markt? Een gelijk speelveld voor toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen voor heel Europa zou bijvoorbeeld helpen, maar ook hier zien we nationale maatregelen, waardoor de drempel wordt verhoogd om middelen toegelaten te krijgen. Fabrikanten laten Europa in toenemende mate links liggen.”

“Bovendien is onze impact in de politiek gering; we zijn immers maar met een steeds kleinere groep mensen en daarmee minder relevant voor politici. Dit gevoegd bij de macht van de retailers maakt de fruitteelt een kwetsbare sector. Het stunten met appelprijzen in de supermarkt doet afbreuk aan een hoogwaardig product. Een ander gevaar schuilt in het blindstaren op rassen, die weliswaar goed smaken, maar teelttechnisch veel uitdagingen met zich meebrengen. Appeltelers investeren in duur plantmateriaal om er vervolgens achter te komen dat het ras in de praktijk niet werkt. Het risico ligt volledig bij de teler en werkt frustratie in de hand.”

Peeters vult aan: “Voor de perenteelt liggen de kaarten voor de telers gelukkig iets beter op tafel, aangezien de perenteelt met name in Nederland bij uitstek kan floreren. We zijn een exportland als het draait om peren. Dit heeft tot gevolg dat steeds meer telers switchen van de appel- naar de perenteelt.”

Innovaties: veredeling en robotisering

Fruittelers blijven afhankelijk van de marktgrillen, zoveel is duidelijk. Nooteboom blijft optimistisch: “We moeten laten zien wat er wél kan: blijf positief en optimistisch en deel inspirerende praktijkvoorbeelden.” Dirk van Hees van Fruitconsult beaamt dit volmondig: “Klimaatverandering drijft ook de fruitteelt in Europa steeds meer in noordelijke richting: een uitgelezen kans voor de Nederlandse fruittelers.”

Nooteboom: “Rendement is weggelegd voor die fruittelers die erin slagen een grote packout, een hogere opbrengst van klasse 1 fruit, te realiseren. Nieuwe veredelingstechnieken vormen één van de bouwstenen om te komen tot een meer robuuste fruitteelt. In combinatie met robuustere rassen, die beter bestand zijn tegen ziektes en plagen, resulteert dit in een lager middelengebruik. Robotisering biedt goede kansen om de werkdruk en daarmee de arbeidskosten aanzienlijk te verlagen. Het snoeien van de fruitbomen en het plukken van de appels en peren zal wellicht over tien tot twintig jaar grotendeels geautomatiseerd uitgevoerd worden. De teelt wordt steeds meer twee-dimensionaal in plaats van drie-dimensionaal. Een robot kan een haagteelt beter lezen dan ronde fruitbomen.”

Geautomatiseerde driehoeksenting

Nooteboom: “Een andere intensieve handmatige activiteit is het enten van fruitbomen. Stel je voor: je eet een superzoete, sappige appel en je denkt: ‘Hé, ik stop de pit in de grond, dan heb ik over een paar jaar precies zo’n lekkere appelboom.’ Helaas werkt dat bij fruitbomen niet zo. Als je een pitje plant, krijg je een boom die heel anders is. Vaak zijn de appels dan opeens zuur, klein of krijgt de boom snel ziektes. De natuur husselt de eigenschappen namelijk telkens door elkaar. Om dat op te lossen, gebruiken we een slimme truc: enten. Dit kun je het beste zien als een soort chirurgie voor bomen, waarbij we twee bomen aan elkaar plakken. Een fruitboom bestaat dus uit twee delen: de onderstam en de ent. De onderstam is klein stukje stam van een boom die heel sterk is. Deze fruitboom heeft misschien geen lekkere vruchten, maar kan wel supergoed tegen ziektes en staat stevig in de grond. Het takje aan de bovenkant, de ent, ‘onthoudt’ wie hij was. Dus als dat takje gaat groeien, komen er exact dezelfde lekkere appels aan als aan de boom waar hij vanaf kwam. Bovendien geeft een geënte boom al na een paar jaar een goede opbrengst. Het handmatig enten van vruchtbomen kan vervangen worden door een robot, waarbij de traditionele driehoeksenting in ere wordt hersteld: de onderstam en de ent worden hierbij naadloos, conisch, met elkaar verweven. Het veroorzaakt minder stress bij de boom, leidt tot minder ziektes en daarmee lagere bestrijdingskosten en draagt direct bij aan een hogere opbrengst.”

Henk Nooteboom toont de naadloze verbinding tussen onderstam en ent.
Henk Nooteboom: “De ent-robot is een innovatieve uitkomst voor mens, fruitboom én milieu.”

Hillebrand is met een jaarlijkse productie van 23 miljoen onderstammen marktleider in Nederland. Het slotwoord is aan de ondernemer, vruchtboomteler Erwin Hillebrand (32): “Voor mij als ondernemer is bepalend wat de maatschappij vraagt. De teelt van onze onderstammen geschiedt al volledig chemievrij, mede dankzij de inzet van plantversterkers; meststoffen van natuurlijke oorsprong. Uiteindelijk draait het om de euro’s, daarin zoek je als ondernemer voortdurend naar de juiste balans tussen rendement en (milieu)impact. Je moet winst maken om te kunnen investeren in maatregelen, waarmee je eventuele negatieve invloed op je omgeving kunt verminderen. Onze focus ligt op de teelt van onderstammen. We doen dit inmiddels op 80 hectare, waardoor we mede dankzij de investering in de ent-robot de kosten per geënte onderstam laag kunnen houden. Onderstammen die met de robot zijn geënt groeien harder, kennen aanzienlijk minder uitval en zijn gezonder ten opzichte van de met de hand geënte onderstammen. Vruchtboomkanker komt met deze geautomatiseerde techniek nauwelijks meer voor.”

Hillebrand: “Samenwerken is het credo voor de Nederlandse boomkwekerij. Het aantal spelers op de markt is gedecimeerd. In de keten zoeken we elkaar op, waarbij ieders specialisme naadloos aansluit op die van de collega’s. Bijkomend voordeel: we hebben hier in de Flevopolder de ruimte om te ondernemen. Het blijft hard werken, maar meer met je hoofd dan met je handen.”

Deel dit bericht: