Door zijn aanstekelijke enthousiasme praat Gert Jan de Graaf snel. Soms struikelt hij daardoor over zijn woorden. Het liefst zou hij nog sneller praten, want de gedachten in zijn hoofd draaien in een nog hoger tempo. ‘Zet me niet voor een groep, daar voel ik me niet zo comfortabel. Voor het verbinden van mensen en het creëren van oplossingen kun je me daarentegen altijd wakker maken.’
Een boeiend interview met een boerenzoon die mensen uit de stad graag uitnodigt om het platteland te ervaren, maar ook iemand die geen blad voor de mond neemt en pijnpunten bij de naam noemt. Dit leidt soms tot ongemakkelijke situaties, maar bovenal tot beweging en verandering. De Graaf is de aanjager achter BuitenBuddies, welke boeren verbindt met ambtenaren. Niet voor een eenmalig beleefdheidsbezoekje, maar frequent: meerdere malen op het boerenerf, in de stal en op het land, maar ook door agrariërs actief in Den Haag mee te laten denken bij het schrijven van een brief voor Tweede Kamerleden of het maken van een beleidsnota. ‘Deze ontmoetingen zijn buitengewoon waardevol. Door kennis uit te wisselen op basis van gelijkwaardigheid, ontstaat er begrip en wederzijds vertrouwen. Veel BuitenBuddies houden ook na het programma contact met elkaar. Er ontstaan vriendschappen, waarbij ze elkaars expertise gebruiken als klankbord of om eens te sparren. In aanvang kritische deelnemers blijken vaak na afloop het meest enthousiast. En niet onbelangrijk: boeren krijgen een vergoeding voor hun deelname.’

Geworteld in stad en platteland
De Graaf is geboren op een melkveebedrijf in het Groene Hart. ‘Ons melkveebedrijf was de eerste lintboerderij die je vanaf Leiden/Leiderdorp langs de Oude Rijn aantrof. Ik stond met het ene been op het platteland, met het andere been in de stad en ken als zodanig het beste van beide werelden. Aan de ene kant waardeer ik de ruimte en de rust, aan de andere kant apprecieer ik de sociale voorzieningen van de stad. Als oudste van drie zonen lag bedrijfsopvolging allereerst op mijn bord. Mijn broers toonden meer belangstelling voor de bouw. Ik studeerde aardwetenschappen aan de Vrije Universiteit van Amsterdam met veel aandacht voor duurzaamheid en ecosystemen. Ik genoot met volle teugen van de studie en het bruisende stadsleven. Het vooruitzicht van een vervolg op een gedateerde, bewerkelijke boerderij met 35 koeien en bijbehorend jongvee, een oude grupstal op een beperkt areaal van 30 hectare grasland, omringd door bebouwing, was in eerste instantie niet bepaald aantrekkelijk. Ik koos voor een toekomst buiten de boerderij en werkte aanvankelijk een paar jaar buiten de sector. Daar besefte ik eigenlijk pas dat de agrarische wereld in mijn hart zit en wilde ik graag terug de sector in en startte als projectleider bij Wij.land, de Nederlandse tak van Commonland.’
Commonland richt zich op grootschalig landschapsherstel wereldwijd. Ze werken samen met lokale partners om gedegradeerde ecosystemen te herstellen, met als doel zowel de natuur als de lokale economie en gemeenschappen te verbeteren. De filosofie van Commonland is gebaseerd op het behalen van vier rendementen: inspiratie (trots en hoop), sociaal (banen en sociale cohesie), natuurlijk (biodiversiteit en water) en financieel (winstgevende en duurzame bedrijfsmodellen).
De bodem als basis
‘Een logische vervolgstap in mijn carrière was van 2019 tot 2022 in de rol van projectleider duurzaamheid bij LTO Noord. Hierbij lag het accent op de kwaliteit van de bodem en het herstel van het bodemleven. We ontwikkelden op bedrijfsniveau behandelplannen om de bodem te verbeteren en meer voor de agrariër te laten werken. Minder afhankelijk worden van externe inputs en daar kosten op besparen. Gezonde planten, gezonde dieren, gezond voedsel, gezonde mensen. Een boeiende tijd waarin we volop samenwerkten met organisaties als BoerenNatuur, de Vlinderstichting, verschillende waterschappen en meerdere provincies. Er zat veel energie én geld in deze beweging. Helaas merkten we al snel dat het tempo waarin we als enthousiaste jonge projectleiders veranderingen propageerden op weerstand stuitte in de LTO-organisatie. We liepen te ver voor de muziek uit, was de conclusie, ondanks dat het werken met agrariërs echt hartstikke leuk was. Het was opnieuw tijd voor verandering.’
Politieke sensitiviteit
‘Als adviseur landelijk gebied ben ik sinds juni 2022 werkzaam bij het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Ik was van mening dat ambtenaren onvoldoende op de hoogte zijn van wat er speelt in het landelijk gebied en zij daarbij nodig wat praktijkervaring konden gebruiken. Al snel werd me duidelijk gemaakt dat ik nog moest werken aan mijn politieke sensitiviteit.’
‘Daarentegen was ik vastbesloten: ik ben niet binnengehaald om een ‘doorsnee’ ambtenaar te zijn. Begrijp me goed, in tegenstelling tot wat nog wel eens gedacht wordt onder agrariërs: ambtenaren werken keihard, ze willen vooruit en hebben echt hart voor de zaak. Ik heb diep respect voor mijn collega’s. Beleid maken is echt een kunst. Als enkel boerenzonen en -dochters agrarisch beleid maken, ben ik bang dat dat niet goed gaat, daar heb je echt beleidsprofessionals voor nodig. Beleid maken is ook veel papier maken. Niet mijn ding, maar onvermijdelijk.’
‘Bij Wij.land en LTO had ik al bij ongeveer 200 boeren aan tafel gezeten. Ik ken de verhalen, de inborst, de passie. Er is geen gemiddelde boer. In alle gevallen is de ambitie om te kunnen blijven boeren in Nederland, rekening houdend met de ecologische omstandigheden, de kenmerken van het landschap, met zo min mogelijk inputs, maar wél om een gezonde boterham te kunnen blijven verdienen als ondernemer. En al die verhalen heb ik in ‘mijn rugzak’ meegenomen naar het ministerie en voor hen ben ik daar aan de slag gegaan.’
Dieper wortelen
‘Als je bij het Rijk gaat werken, word je al snel opgezogen in het systeem. De impact van de politiek is groot en een kabinet dat in korte tijd twee keer voortijdig valt, helpt ook niet echt. Destijds, najaar 2022, verscheen het rapport van Johan Remkes ‘Wat wel kan’, waarbij één van zijn adviezen was: “Komen tot een open en reëel gespreksklimaat”. Remkes stelde dat een open en reëel overlegklimaat inspanningen van zowel de overheid als van alle betrokken sectoren in het landelijk gebied vraagt. Ik werd benaderd om hier handen en voeten aan te geven: een nieuw gespreksklimaat creëren tussen het landelijk gebied en Den Haag: het Toekomstgesprek Landelijk Gebied. Een kolfje naar mijn hand. Ik organiseerde een heisessie bij Jan Dirk van der Voort van melkveehouderij Remeker, die ik nog kende uit het verleden. Jan Dirk boert nabij Ede en nam ons tijdens een pauze mee naar buiten met zijn schop in de hand. Hij liet een bodemprofiel zien van zijn grasland vol met organische stof, wormen en ander leven en sprak de legendarische woorden: ‘We moeten dieper wortelen.’ Een perfecte metafoor voor contact maken met de onderstroom, een ideaal gespreksklimaat. Het begrip ‘Dieper Wortelen’ was geboren.’
Van BoerenTinder via BoerenBuddies naar BuitenBuddies
‘Samen met John van Duursen, waarmee ik ook al bij Wij.land en LTO Noord had gewerkt, stelde ik vast dat het, ondanks de beschikbaarheid van veel data, kennis, geld en onderzoeken, moeilijk is praktijk en theorie, techneuten en juristen, tot overeenstemming te laten komen. Een mening die ook door Ianthe Smulders, een collega op het Ministerie van LVVN, wordt gedeeld. Zij als Amsterdamse havermelkdrinker en ik als zoon van de melkboer hebben elkaar helemaal gevonden op het uitwisselen van kennis en ervaringen. “Als wij kunnen verbinden, dan is dit toch voor iedereen weggelegd?”, was onze logische redenering. Samen kwamen we tot de conclusie dat de kloof ‘m zit in de relatie en de menselijke kant. In aanvang gingen onze gedachten uit naar een soort BoerenTinder: we gaan tinderen om boeren met ambtenaren te verbinden. Dit klonk toch wat te sensueel. BoerenBuddies lag meer voor de hand. Door de naam uiteindelijk aan te passen naar BuitenBuddies komen álle mensen die in het buitengebied werkzaam zijn in aanmerking voor koppeling met een ambtenaar. Iedereen kan dus meedoen: agrariërs, boswachters, ecologen, loonwerkers. Door ambtenaren en praktijkmensen samen te laten werken, hen buiten hun bubbel en comfortzone te trekken, maar ook letterlijk naar buiten te laten gaan, kunnen nieuwe inzichten en oplossingen ontstaan. En als je groter denkt zie je dat die naam ook werkt voor andere werkvelden of voor andere departementen. Het doel is om elkaars denkwijzen en werkwijzen beter te begrijpen, met korte lijntjes naar elkaars wereld, zodat praktijk en beleid dichter bij elkaar komen te staan. En daarbij, het is ook gewoon hartstikke leuk!’
Breng beleid en praktijk bij elkaar
‘Zowel beleidsmensen als praktijkmensen werken ontzettend hard aan de toekomstige inrichting van ons landelijke gebied, om een gezonde toekomst te behouden voor inwoners, bedrijven en het landschap. En ondanks alle inspanningen lijkt de afstand tussen beleid en praktijk toe te nemen. We lijken elkaar steeds minder goed te begrijpen. Wat gebeurt er als je een ambtenaar koppelt aan een boer, boswachter, loonwerker of iemand anders met laarzen aan? Dan ontstaat BuitenBuddies: een initiatief dat mensen uit verschillende werelden in het landelijk gebied samenbrengt: daar waar de frustraties, uitdagingen én knelpunten in het landelijk gebied zichtbaar worden.’
‘Om te luisteren, te kijken, te vragen, te proeven. Niet met als doel om het altijd eens te worden, maar om elkaar beter te begrijpen. Want als we elkaar kennen, ontstaat ruimte voor nuance, vertrouwen, vernieuwing en wederzijds begrip. Zo proberen we wet- en regelgeving beter aan te laten sluiten aan de praktijk. Daar word ik blij van.’
‘BuitenBuddies kan voor alle denkbare dossiers en ministeries ingezet worden. Sterker: het mooiste zou zijn als het een beoordelingscriterium wordt voor ambtenaren. Hoe vaak ben je afgelopen jaar echt buiten geweest en heb je gepraat met mensen die te maken hebben met het dossier waar jij aan werkt? Idealiter heeft elke ambtenaar een Buitenbuddy,’ sluit De Graaf hoopvol af.
Behoefte aan meer informatie of wil je je aanmelden als BuitenBuddie? Klik hier >>

‘Als we elkaar kennen, ontstaat ruimte voor nuance, vertrouwen, vernieuwing en wederzijds begrip.’