Donderdag 6 november jl. vierde de Nederlandse Zoötechnische Vereniging (NZV) haar 95-jarig bestaan op de Wageningsche Berg in Wageningen met een symposium onder de klinkende titel ‘Veeteelt is topsport!’. De ruim 500 leden van NZV zijn actief in de fokkerij en diervoeding van landbouwhuisdieren, visteelt en gezelschapsdieren of volgen diergebonden studies aan HBO-opleidingen en Wageningen University & Research.
Na de opening door dagvoorzitter Maria Geuze trapte oud-topsporter Erben Wennemars af met een gloedvol betoog, vol met anekdotes, over zijn carrière als schaatser, waarbij hij de zaal een spiegel voorhield: ‘We winnen wel, maar zijn geen kampioen’. Verliezen we in ons streven naar perfectie en maakbaarheid het doel, de puurheid van de sport, niet uit het oog?
Wim Groot Koerkamp nam namens Stichting AAN TAFEL! het stokje over. Het streven naar productieoptimalisatie roept weerstand op in de maatschappij. Wat zijn de consequenties qua dierenwelzijn, milieu-impact? Groot Koerkamp constateert dat de veehouderij er niet in slaagt hierover een dialoog met de samenleving aan te gaan. Zijn oproep: wees trots en laat zien welke innovaties bijdragen aan meer dierenwelzijn zonder negatieve impact voor de omgeving. Maak verbinding, gebruik de vijfde macht en ga de dialoog aan via kanalen waar de consument is: met name online.
In de opvolgende breakout sessies ‘Do you have what it takes?’ (Sophie Eaglen en Esther Siegers), ‘Haal eruit wat erin zit.’ (Peter Res en Jim Davids) en ‘De eiwitwedstrijd’ (Eva Gocsik, Phd en Arend Bouwer) vond een verdieping plaats op de relatie dierhouderij – topsport.
In het afsluitende plenaire AAN TAFEL! gesprek werden de highlights uit deze sessies samengevat door de key-listeners Dorieke Goodijk-Smits, Rochus Kingmans en Pieter Franken. De slotsom: innovatie in de fokkerij en voeding gaat onverminderd door. De vraag is tegen welke prijs? Amerika houdt onverminderd vast aan productiemaximalisatie. Europa trapt op de rem. Heiligt het doel alle middelen? Hoe realistisch is het streven naar 60 procent plantaardig en 40 procent dierlijk in onze voeding, daar waar afzet en smaak van bijvoorbeeld hybride zuivelproducten zich moeilijk laten sturen?
Boeiende en uitdagende vragen die de deelnemers na een afsluitende fysieke training en een smaakvol netwerkdiner mee naar huis namen met als kernvraag: ‘Hoe blijven we in de smaak vallen van de consument/burger?’


