Wie met Jaap Uenk (72) aan tafel gaat, komt in aanraking met 50 jaar ervaring in de distributie en verwerking van mest in Nederland. Uenk kan als geen ander het mestprobleem in een historisch perspectief plaatsen. Hij kan bogen op ervaring bij het Landbouwschap, Provincie Gelderland, Stichting Landelijke Mestbank en Cumela Nederland.
Volgens Uenk moet de agrarische sector zich schamen dat anno 2026 het mestprobleem nog steeds niet is opgelost. Dit is des te beschamender aangezien de oplossingen voor het oprapen liggen. Uenk raakt een gevoelig punt: we kunnen het mestprobleem oplossen, maar wil het kabinet dit wel? Of speelt er een andere agenda, waarin het drastisch verkleinen van de veestapel leidend is?
We kunnen het mestprobleem oplossen, maar wil het kabinet dit wel?
Het valt Uenk op dat in de Kamerbrief van Jaimi van Essen van 26 juni jl. ook andere onderwerpen bij de kop worden gepakt, die geen rechtstreeks verband hebben met stikstof, danwel de emissie of depositie van ammoniak. Het achtste Actieprogramma Nitraatrichtlijn, de Kaderrichtlijn Water (KRW) en grondgebonden veehouderij worden onder één noemer gepresenteerd. Dit vraagt volgens Uenk eerlijke communicatie over wat het kabinet werkelijk beoogt. De Kamerbrief voert veel verder dan Nederland van het zogenaamde stikstofslot halen. Met de huidige plannen worden met name moderne melkveebedrijven geraakt. Bovendien vraagt Uenk zich af of er onder de Nederlandse bevolking voldoende draagvlak bestaat om 20 miljard euro te investeren in de beoogde instandhouding van de natuur.
Uenk: “Sinds 1990 is al tweederde deel van de ammoniakemissie uit de veehouderij gereduceerd. Ik geloof niet dat de helft van het eenderde deel wat nu nog gereduceerd dient te worden tot verbetering van de natuur leidt. Dit zit meer vast op hydrologische omstandigheden en beheermaatregelen.”
Het voedt een sombere gedachte van Uenk: “We kunnen door slimme inzet van distributie, vergisting en verwaarding van mest van het stikstofslot, maar willen we het ook echt?”
