‘Bruggen bouwen tussen beleid en praktijk’

Berrie Klein Swormink

Senior beleidsmedewerker Berrie Klein Swormink ziet samenwerking, innovatie en praktijkkennis als de sleutel tot een toekomstbestendige landbouw.

De carrière van Berrie Klein Swormink (62) is veelzijdig. Na zijn opleiding aan de agrarische hogeschool en een kaderopleiding dierveredeling volgden banen als journalist bij o.a. Misset (Boerderij) en AgriPers (Nieuwe Oogst). Klein Swormink combineerde de journalistiek met boeren op het ouderlijke gemengde melkvee- en varkensbedrijf in Lettele (Ov.). In 2004 besloot hij verder te gaan als zelfstandig journalist en uitgever onder de naam Klein Swormink Rural Business, terwijl hij zijn bedrijf transformeerde naar een biologische boerderij met kenmerkende brandrode runderen, die veelvuldig in Salland en de uiterwaarden van de IJssel te vinden zijn. Het vlees en de zuivel vonden gretig aftrek via een winkel aan huis.

Met het schrijden van zijn leeftijd en het ontbreken van een bedrijfsopvolger besloot Klein Swormink afgelopen jaar deel te nemen aan de LBV-regeling, een vrijwillige subsidieregeling voor veehouders om te stoppen met hun bedrijf, en zich toe te leggen op een functie bij de overheid. Sinds september 2024 is Klein Swormink senior beleidsmedewerker bij het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Vanuit zijn rijke ervaring als boer, journalist, ondernemer en ambtenaar heeft Klein Swormink een gewogen en genuanceerd oordeel over de Nederlandse landbouw.

Vooroordelen

Binnen de Directie Agroketens en Dierenwelzijn vervult Klein Swormink de rol van ketenadviseur en richt zich daarbij vooral op de pluimveesector. Hij verbindt het ministerie met pluimvee-organisaties in het veld, zoals Avined, de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders, LTO/NOP, Nepluvi en Anevei. Klein Swormink voelt zich als een vis in het water en al snel breidde zijn takenpakket zich uit met de schapensector en mentale gezondheid. Hij is met name betrokken bij het platform Taboer, dat aandacht besteedt aan de geestelijke gezondheid van boeren en het Vertrouwensloket Welzijn Landbouwhuisdieren. Na het ingrijpende overlijden van zijn jongste zoon was Klein Swormink enkele maanden niet aan het werk. Begin dit jaar pakte hij de draad weer op.

“Er bestaan veel vooroordelen over ambtenaren. Ik kan uit eigen ervaring melden dat deze niet kloppen. Ambtenaren hebben grote betrokkenheid bij de landbouw en zetten zich met veel toewijding in voor goed beleid. Het klopt, er zijn procedures die veel papierwerk en bureaucratie met zich meebrengen, maar ambtenaren voeren hun werk met toewijding en consciëntieus uit. De beleidslijn die de minister uitzet is de leidraad. Tot 23 februari was dat Femke Wiersma. Jaimi van Essen staat nu aan het roer. Voor de inzet van ambtenaren maakt dat geen verschil.”

Ambtelijk vakmanschap

Ambtelijk vakmanschap vormt de rode draad in het werk op het ministerie en is samen te vatten in één zin: serieus, gedegen en consistent te werk gaan. Van persoonlijke willekeur of politieke voorkeur is geen sprake. Mijn aanstelling toont eveneens aan dat het ministerie openstaat voor praktische kennis uit het veld. Ik onderken dat er wel behoefte is aan meer praktijkervaring om in complexe dossiers sneller meer duidelijkheid te verkrijgen en vervolgstappen te kunnen zetten.”

Zoeken naar investeringsruimte

Klein Swormink is optimistisch over de toekomst van de Nederlandse pluimveehouderij. “Zoals Remkes al schreef: ‘Niet alles kan overal,’ is de locatiebepaling van pluimveebedrijven een aandachtspunt. Ik geloof niet dat concentratie van pluimveebedrijven op industrieterreinen de oplossing is. Wel zijn zorgvuldige afwegingen nodig bij bedrijfsontwikkeling en -vestiging nabij natuurgebieden en in waterrijke gebieden. De inkomens in de pluimveehouderij, zowel qua eieren als vlees, zijn goed dit jaar en bieden ruimte voor investeringen. Voorwaarde hierbij is dat je gevrijwaard blijft van vogelgriep. Minister Jaimi van Essen maakte op 26 juni de plannen bekend om Nederland van het ‘stikstofslot’ te halen. Een belangrijke stap die boeren perspectief biedt. Al moet er de komende tijd natuurlijk nog veel uitgewerkt worden. Voor pluimveehouders is het weer op gang komen van de vergunningverlening van groot belang. Alleen dan kunnen ze noodzakelijke investeringen doen.”

Pluimveesector: proactief communiceren

“Ondanks de lage footprint en verbeterende leefomstandigheden voor pluimvee, voortvloeiend uit het Convenant Dierwaardige Veehouderij, heeft de Nederlandse pluimveehouderij nog diverse uitdagingen. Zo pakt het verbeteren van dierenwelzijn door kippen meer ruimte te geven, niet altijd goed uit voor de stikstofverliezen. De pluimveesector spant zich in om hier oplossingen voor te zoeken. Het is aan ons als overheid om te werken aan regelgeving die hierop aansluit, en waarmee zowel dier, milieu als ondernemer uit de voeten kunnen. In mijn rol als ketenadviseur probeer ik handen en voeten te geven aan die noodzakelijke integraliteit van beleid.”

“De Nederlandse pluimveesector staat wereldwijd bekend als koploper als het gaat om innovatie en inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Een mooi voorbeeld daarvan is het inzetten op grootschalige vaccinatie om vogelgriepuitbraken te verminderen. De grootste uitdaging hierbij is niet de vaccinatie en de effectiviteit daarvan, maar het draagvlak voor vaccinatie bij de afnemers van Nederlandse pluimveeproducten. De pluimveesector en LVVN werken nauw samen om dat te bereiken.”

“Actueel in de pluimveesector is ook de verlaging van de maximum temperatuur voor diertransport naar 30 graden in 2027. Naast flexibel NVWA-toezicht, zodat de slachterijen hun werk meer naar de nachtelijke uren kunnen verschuiven, zijn er grote investeringen nodig in gekoeld diertransport en gekoelde opvanghallen bij de slachterijen. Hier liggen de komende jaren nog belangrijke investeringen en inspanningen voor de sector.”

“Burgers associëren de pluimveehouderij al snel met grote bedrijven, megastallen, waarin het slecht gesteld is met het dierenwelzijn. De term ‘plofkip’ blijft hardnekkig hangen bij het grote publiek, terwijl deze grotendeels in de supermarktschappen is vervangen door ‘Beter Leven 1-ster’ kippen. De vogelgriep wordt, weliswaar onterecht, geassocieerd met de industriële omvang van de pluimveehouderij. Ook het massaal doden van eendagshaantjes doet het imago van de pluimveehouderij geen goed.”

“Alhoewel het in de pluimveehouderij gaat om de productie van voedsel, hebben we in de nertsenhouderij gezien hoe het negatieve imago zich tegen de sector kan keren. Het is daarom belangrijk dat de sector proactief en transparant laat zien hoe ze aan het welzijn en respect voor kippen werken. En we zien dat daar ook echt op gelet wordt. Zo kan dankzij de in-ovo geslachtsbepaling het doden van haantjes worden voorkomen. Voor een blijvende ‘license to act’ is het belangrijk dat de pluimveehouderij dit soort innovaties deelt met het grote publiek. De ethiek rondom het houden van dieren verandert continu. Dit komt in de westerse maatschappij als eerste tot uitdrukking. Aan een reactie uit de sector dat de leefomstandigheden in andere landen minder gunstig zijn, heeft de westerse consument geen boodschap.”

“In Pluimveevisie 2040 heeft de pluimveesector haar ambities voor de komende vijftien jaar opgeschreven. De sector richt zich op een gezonde en dierwaardige pluimveehouderij die gezonde en gewaardeerde producten voortbrengt en een erkende bijdrage levert aan circulariteit en de klimaat- en energietransitie. Dat spreekt mij aan, en ik probeer er met mijn werk op in te spelen. Zo werk ik vanuit mijn rol mee aan de ontwikkeling van doelsturing, in nauwe samenwerking met de pluimveesector.”

Juist in de pluimveehouderij zie ik veel kansen om met innovatieve technieken en slimme managementmaatregelen de ammoniakuitstoot verder terug te dringen.”

Schapensector heeft bestaansrecht

“Een mooi aspect van mijn werk is de diversiteit van de veehouderij in ons land. In de schapensector gaat het over andere thema’s dan in de pluimveesector. De schapensector is klein in Nederland, maar heeft een unieke positie. Onder meer door de waardevolle rol van de schapenhouderij bij het beheer van natuur en landschap. Blauwtong en de wolf hebben veel impact op de schapenhouderij. En ook staat de sector onder druk door de grote vraag naar grond vanuit onder meer de melkveehouderij. Het ministerie wil de schapensector graag helpen. Dat krijgt vorm door het uitwerken van Actieplan Schaap in nauwe samenwerking met de sector. Zo gaat de Stichting Ketenorganisatie Schapenhouderij Nederland, afgekort KOS, aan de slag met een plan om de marktontwikkeling voor duurzame producten van de schapensector te ondersteunen. Doel is het vergroten van het verdienvermogen in de schapenhouderij. Hier werk ik graag aan mee.”

Meer perspectief

“Ik kan me goed voorstellen dat veel boeren de afgelopen jaren onzekerheid hebben ervaren. Tegelijkertijd zie ik dat er met de recente stikstofbrief van minister Jaimi van Essen weer meer perspectief ontstaat. De uitwerking zal tijd kosten, maar het is belangrijk dat er weer een duidelijke koers ligt. Daarnaast geloof ik in een goede samenwerking tussen overheid, kennisinstellingen en de sector. Ik zie kansen in de kabinetsplannen om de uitvoeringskracht in de sector te versterken, onder meer via een Productschap 2.0.

De uitdagingen waar de landbouw voor staat zijn te complex voor eenvoudige oplossingen. Daarom is het belangrijk dat we elkaar blijven opzoeken, naar elkaar luisteren en vraagstukken vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Alleen zo komen we tot beleid dat in de praktijk werkt.”

Berrie Klein Swormink: “Ik zie juist in de pluimveehouderij veel kansen om met innovatieve technieken en slimme managementmaatregelen de ammoniakuitstoot verder terug te dringen.”

Deel dit bericht: