Zestien jaar teelde akkerbouwer Peter Eilander (48) biologisch. Toch zette hij er na groeiseizoen 2024 bewust een punt achter en schakelde hij terug naar ‘gangbaar’. Een ervaring rijker en een illusie armer? Integendeel. De opgedane ervaring met biologisch telen zet hij nog iedere dag in, overtuigd als Eilander is van het nut en de veerkracht van een gezonde bodem. “Maar aan het eind van de maand moet ik wel mijn rekeningen betalen; dat doet niemand anders voor me. Van idealen alleen kan ik geen bedrijf runnen.”
Het is een zonnige dag in maart als ik Peter Eilander en zijn zoon Matthijs ontmoet op hun strakke akkerbouwbedrijf in Ens in de Noordoostpolder (Flevoland). Het voorjaar ontwaakt en je merkt dat de akkerbouwers zich opmaken voor een nieuw groeiseizoen. Een bezoekafspraak moest op korte termijn gemaakt worden. Nu is er nog tijd om te praten; straks domineren de grond-, zaai- en pootwerkzaamheden van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat de agenda.
‘Als je hard werkt, moet je goed eten’
Eilander steekt direct van wal: “Er wordt door telers veelal alleen kilogrammen geteeld. Het enige dat telt is: als er maar voldoende opbrengst van af komt. Kilo’s in plaats van kwaliteit. De ellende is dat je als boer alleen kunt sturen op kilo’s: daar word je immers op afgerekend. Niet of in mindere mate op kwaliteit. Een verkeerd stuurmiddel dat de gehele voedselketen domineert. In de akkerbouw wordt bemesting primair gestuurd op basis van de hoofdelementen stikstof, fosfor en kalium. De kwaliteit wordt daarentegen, naast N, P en K ook bepaald door tal van sporenelementen en mineralen en niet in de laatste plaats een actief bodemleven, waarin bacteriën, schimmels, wormen en insecten een grote rol spelen. Mijn moeder zei altijd: ‘Wie hard werkt, moet goed eten.’ Als puber vond ik dat niet altijd leuk. Ik had meer zin in chips en snoep. Voor grond geldt hetzelfde: voor kwalitatief goede, meerjarige opbrengsten dien je de bodem goed te voeden. Ik ben ervan overtuigd dat goede voeding niet alleen de basis is voor gezonde grond, maar ook voor gezonde mensen. Met goede voeding kunnen we de ziektekostendruk verlagen. Als de benodigde ingrediënten voor een gezond leven niet in de plant zitten, komt het niet in de voeding van de mens.”
De historie van familie Eilander voert via de Haarlemmermeer, waar het akkerbouwbedrijf moest wijken voor de uitbreiding van Schiphol, naar Nagele waar de vader van Peter samen met een oom het bedrijf runden. Toen de overheid voor scholingsdoeleinden haar ogen liet vallen op de grond van Eilander verkaste het bedrijf in 2006 opnieuw, nu naar de huidige locatie in Ens (Flevoland). De oom stapte uit bedrijf; samen met zijn vader zette Peter het bedrijf voort. Sinds 2015 boert Peter in maatschap met zijn vrouw en ook de toekomst ziet er met twee ambitieuze zonen beloftevol uit. In 2008 besloot Eilander bewust te kiezen voor biologische teelt. “De beweegreden was tweeërlei. Allereerst zag ik dat het opbrengstvermogen van de grond achteruitging. We pleegden roofbouw: de grond vroeg om een ‘reset’. De tweede reden was een ‘reset’ voor mij persoonlijk. Ik had na 10 jaar boeren behoefte aan een nieuwe uitdaging; wilde nieuwe teelten en -technieken onderzoeken en praktiseren. Teelten als spinazie, pompoenen, sperzieboontjes en doperwten werden onderdeel van het bouwplan.”
‘Ondanks zijn scepsis bleef mijn vader me steunen.’
Wat volgde was een dynamische periode van zestien jaar biologisch telen met vallen, opstaan en weer doorgaan. “Voordat je je producten als biologisch kunt afzetten, moet je twee jaar biologisch telen tegen gangbare marktprijzen. Dus los van alle inzet kost het je om te beginnen twee jaar overbruggingstijd. Het eerste jaar was direct spannend, want het was het slechtste jaar qua prijsvorming in 15 jaar biologische akkerbouw. Ik voelde me ten opzichte van mijn vader schuldig. Ik was immers met zijn kapitaal aan het boeren. Ondanks zijn scepsis bleef hij me toch steunen. Dat de kwaliteit van de producten gaandeweg alleen maar beter werd, is dan een prettige opsteker. De grond floreerde dankzij de inzet van vaste dierlijke mest en goed waterbeheer, resulterend in goede en smaakvolle opbrengsten. We werken nauw samen met Van der Woerd, een biologische teler in Urk, wisselden slim arbeidskrachten en machines uit. Het biologisch geteelde areaal omvatte 400 hectare. Gebundelde afzet van o.a. uien en tafelaardappelen vond plaats via biologische kanalen. Terugblikkend waren met name de groeiseizoenen 2018 en 2019 echt topjaren.”
Het keerpunt
Bepalend voor de opwaartse lijn van kwaliteit en rendement vormde een grote groep arbeidskrachten die Eilander inzette om met name de onkruiddruk in zijn percelen onder controle te houden. Eilander kon ieder groeiseizoen een beroep doen op gemotiveerde Polen, waarbij de coaching grotendeels binnen de groep seizoenarbeiders werd gecoördineerd. Het liep op rolletjes totdat in het voorjaar van 2020 corona uitbrak. Nederland kwam in een economische crisis terecht, restaurants gingen dicht, de rente steeg, consumenten werden voorzichtig en behoudend in hun uitgaven, waarbij – in prijs duurdere – biologische producten als eerste van de boodschappenlijst werden geschrapt. De impact van corona op de arbeidskosten was eveneens groot. We werden met allerlei restricties geconfronteerd en de arbeidskosten stegen de pan uit. Tussen 2013 en 2023 verdubbelde het loon voor onze arbeidskrachten. Minder afzet, hogere kosten: tel uit je verlies. Spijtig genoeg veranderde dit negatieve patroon niet na het beëindigen van de corona lockdowns. Biologische producten zitten momenteel in de hoek waar stevige klappen vallen. Maatschappelijk gezien niet het beoogde en gewenste plaatje, maar wel de harde realiteit op de erven van de biologische boeren. Om te kunnen blijven boeren moet je rendement maken. Enkele slechte jaren kun je met het nodige kunst- en vliegwerk opvangen. Structureel afzetverlies en negatieve marges niet. Eind 2023 besloten we het nog één jaar te proberen, we zijn doorzetters, maar ook 2024 eindigde zonder marge. Uit bedrijfseconomische overwegingen ben ik in 2025 weer overgeschakeld op reguliere teelt.”
De schizofrene burger: A zeggen en B doen
Eilander is er de man niet naar om met een beschuldigend vingertje naar anderen te wijzen. “Als ondernemer heb je nu eenmaal te dealen met risico’s. Als er geen markt is voor je product, houdt het gewoon op. Toch doet het natuurlijk pijn om vast te stellen dat burgers er diametrale opvattingen op na houden ten opzichte van consumenten. Burgers achten veilig voedsel cruciaal en bepleiten hier bewust voor te kiezen. Bij het passeren van de drempel van de supermarkt verandert deze milieubewuste burger echter in een prijsgevoelige consument. De burger heeft twee gezichten: hij zegt A en doet B.”
Trekken in plaats van duwen aan de markt
De terugschakeling van Eilander naar regulier werd niet overal met gejuich ontvangen. “Afnemers beschouwden onze keuze als gezichtsverlies. Niet zozeer voor ons als teler, maar vooral voor hun eigen profilering. Dit zijn niet de berichten waarmee ze normaliter de pers willen halen. De topjaren van de biologische teelt in Nederland medio 2018 en 2019 zijn grotendeels te herleiden naar vraag uit Duitsland, Denemarken en Zweden. Inmiddels zijn deze landen zelfvoorzienend als het om biologisch gaat. De verbondenheid met boeren is in deze landen aanzienlijk groter. Burgers in deze landen kiezen bewust voor biologische producten van hun boeren. In Nederland is deze connectie verbroken. Het heeft geen zin boeren te duwen te switchen naar biologisch als er onvoldoende vraag is. Je moet trékken aan de markt; consumenten verleiden biologische producten te kiezen. Bijvoorbeeld door de btw op biologische producten te verlagen of te schrappen. Op dit punt geeft de overheid echter niet thuis. Evenmin slagen we erin duidelijk te maken dat de keuze voor minder gezonde producten op korte termijn misschien prettig in de portemonnee is, maar op lange termijn leidt tot hogere ziektekosten en een lager welzijnsniveau. Hier ligt een belangrijke taak voor de voedselmakers, retailers en overheid. Trots zijn mag, maar laat het vooral veel beter zien. Stimuleer gezonde voeding, stuur consumentengedrag in de winkel, laat als voedselmakers zien dat jouw producten een meerprijs waard zijn.”
Plezier als boer hervonden
Groeiseizoen 2025 bevestigt de juiste keuze van Eilander. Terwijl de biologische markt onverminderd in mineur verkeert – ook retailer Plus en groente- en peulvruchtenverwerker HAK schroefden hun biologische ambities fors terug – heeft Eilander het plezier in het boeren hervonden. “Allereerst is de besparing op arbeidskosten gigantisch. Dat scheelt een hoop kopzorg en buikpijn. Bovenal geniet ik ervan om weer boer te zijn. Als biologische teler was ik voortdurend met bezig met randzaken. Nu geniet ik weer volop van een dag landwerk op de trekker. Dit betekent niet dat de kraan van de kunstmeststrooier en veldspuit wagenwijd openstaan. Integendeel, ik schoffel nog volop en spuit alleen schimmelwerende middelen voor de plant boven de grond; de grond zelf met haar unieke bodemleven laat ik onaangeroerd. Een gezonde bodem blijft de basis. Het bouwplan voor 2026 omvat pootaardappelen, uien, winterpeen en tarwe. De opgedane kennis van 16 jaar biologische teelt nemen we mee als bagage en deel ik met mijn zonen. Gangbaar boeren maakt het voor hen bovendien overzichtelijker als een overname aan de orde is.”
Eilander resoluut: “Ik wil allesbehalve een meelijwekkend verhaal ophangen. Ik ben niet zielig en wil zeker niet zielig gevonden worden. Dit interview laat zien welke impact zestien jaar biologisch telen voor mij heeft gehad. Eenieder moet daarin zijn eigen afwegingen maken. Voor mij als ondernemer staat bedrijfseconomisch rendement bovenaan. Ik heb het plezier in boeren hervonden en samen met ons geweldige team, waar we al jaren mee samenwerken, zien wij de toekomst zonnig tegemoet.”

N.B. De afbeelding met de teler tussen biologische en gangbare teelt is niet Peter Eilander, maar schetst het dilemma voor Nederlandse telers.