Aan tafel voor Productschap 2.0

AAN TAFEL!

De derde dinsdag van september is de officiële start van het parlementaire jaar. Een ceremonieel gebeuren met verrassende hoofddeksels, de Troonrede, het koffertje en aansluitend de Algemene Politieke Beschouwingen. Hoe feestelijk dit alles er van de buitenkant ook uitziet, echt feestelijk werd het deze keer niet.

Het vergde een uiterste inspanning van het kabinet om tijdig een sluitende begroting in te dienen, laat staan dat er op voorhand duidelijkheid bestaat in hoeverre de plannen op een steun in de Tweede en Eerste Kamer kunnen rekenen. Een voorbode voor een heet najaar.

Het failliet van het poldermodel

Polarisatie kenmerkt het politieke debat. Nederland stond tot voor kort bekend om haar poldermentaliteit. Met polderen bereikten we dankzij overleg en onderhandeling een compromis, waarmee alle partijen kunnen instemmen. Iedere partij doet ‘water bij de wijn’, uit het besef dat de ideale eigen uitkomst onhaalbaar is. In het stikstofdossier draait het allereerst om de vraag onder welke condities belangenbehartigers aan tafel wensen te gaan. Het inwilligen van eisen – de brief moet van tafel – voordat überhaupt sprake is van overleg aan tafel, markeert het failliet van het poldermodel.

De complexiteit die de overgang naar een nieuw landbouw-/voedselsysteem met zich meebrengt, vraagt het uiterste van overheden op gemeentelijk, provinciaal en landelijk niveau. Frequente wisselingen van coalities zorgen telkens voor vertraging en ruis. Nieuwe gezichten aan tafel willen zich allereerst logischerwijs inlezen in de complexe materie, bedrijfsbezoeken afleggen, alvorens ze een standpunt kunnen of durven in te nemen. De klok tikt echter door; de resterende tijd waarin emissiereductie- en waterkwaliteitsdoelen bereikt dienen te worden slinkt.

Leer van het verleden

Wie de toekomst wil kennen, moet het verleden bestuderen. Waarom slaagden we er in het verleden wel in moeilijke keuzes te maken? Het opheffen van de productschappen in 2015 markeert een duidelijke trendbreuk. Deze publiek-private organisaties waren overheid en bedrijfsleven in één. De sector regelde én betaalde zijn eigen zaken (onderzoek, kwaliteitscontroles, ziekteweringsprogramma’s én promotie), maar deed dit wel met de afdwingbare macht en wetgeving van de overheid in de rug. Daarmee was het een klassiek voorbeeld van publiek-private samenwerking en functionele decentralisatie. 

Het antibioticagebruik daalde met 77,2 procent

Een sprekend voorbeeld van zo’n publiek-private samenwerking is de SDa (Autoriteit Diergeneesmiddelen) die zich inzet om het antibioticagebruik in de veehouderij te verlagen. Volgens de meest recente cijfers van de SDa is het totale antibioticagebruik in de veehouderij met 77,2 procent gedaald ten opzichte van het referentiejaar 2009. Het kan dus wél!

SER: richt een Productschap 2.0 op

Het is deze sturings- en uitvoeringskracht die mist bij grote problemen, zoals nu de stikstofcrisis. De Sociaal-Economische Raad (SER) adviseerde medio juli dit jaar om een ‘Productschap 2.0’ op te richten: een nieuwe publiek-private organisatie om overheid en landbouwsector weer beter te laten samenwerken.

Zo’n publiek-private samenwerking vormt dé sleutel om álle betrokkenen weer aan één tafel te brengen. De overheid stelt de kaders: boeren en het bedrijfsleven lossen het op. Zo’n Productschap 2.0 kan dan ook gelijk benut worden om vanuit een gezamenlijk budget met sectoroverstijgende publiekscampagnes draagvlak te creëren.

Haal de trekkers van de openbare weg. Ga aan tafel voor een publiek-private samenwerking. Dan wordt Prinsjesdag volgend jaar weer een feestje.

Deel dit bericht: