De werkelijkheid achter drie zeer stikstofgevoelige planten

Carl Koch (KOCHlabs)

Hoe activistische ecologen het land, geregeerd door alfa’s en gamma’s, in een voor de natuur niet-productieve wurggreep houden

De Nederlandse stikstofdiscussie steunt voor een belangrijk deel op ecologisch onderzoek uit de afgelopen decennia. Dat onderzoek heeft veel waardevolle kennis opgeleverd. Tegelijk is de vraag gerechtvaardigd of sommige uitkomsten later niet stelliger zijn gebruikt dan de oorspronkelijke proeven en veldgegevens toelaten. Inmiddels zijn bovendien nieuwe veldgegevens beschikbaar die op onderdelen een ander licht op de zaak werpen.

Aanleiding voor Koch om dit nader uit te zoeken was het rapport van Bobbink van B-WARE uit 2021, dat door Greenpeace vanaf dat jaar als wetenschappelijke onderbouwing werd gebruikt en later een rol kreeg in de rechtszaak tegen de Staat. Koch onderzocht drie daarin gebruikte voorbeelden nader: korstmossen, valkruid (Arnica montana) en blauwe knoop (Succisa pratensis). Bij alle drie blijken belangrijke nuanceringen nodig. Stikstof speelt een rol, maar de ecologische werkelijkheid blijkt aanzienlijk breder dan de voorstelling waarin stikstofdepositie vrijwel rechtstreeks wordt gekoppeld aan schade en achteruitgang.

Bij valkruid blijkt dat niet alleen stikstof en ammonium van belang zijn, maar juist ook de bodemchemische balans: calcium, magnesium, aluminium, pH, hydrologie en beheer. Een deel van de experimentele schadebeelden blijkt te zijn ontstaan onder omstandigheden die maar beperkt vergelijkbaar zijn met normale groeiplaatsen. Factoren die in het veld waarschijnlijk mede bepalend zijn, krijgen in de presentatie van 2021 weinig gewicht.

Bij blauwe knoop wordt dat nog duidelijker. De bekende proeven waarin planten bij veel ammonium zwaar beschadigd raken, blijken te zijn uitgevoerd bij uitzonderlijk hoge ammoniumconcentraties en een sterk verstoorde verhouding tot calcium, magnesium en kalium. De natuurlijke ecologie laat een veel rijker beeld zien. Blauwe knoop hoort bij voedselarme, maar voldoende gebufferde en vaak grondwaterafhankelijke systemen zoals blauwgraslanden en heischrale graslanden. Stikstof kan daar zeker nadelige effecten hebben, maar ook verzuring, verlies van basen, hydrologie, concurrentie, voortplanting en beheer blijken bepalend. Andere experimenten laten zelfs zien dat extra stikstof volwassen planten sterker kan laten groeien, terwijl vooral de volgende generatie daaronder lijdt.

Bij korstmossen is de relatie met ammoniak directer, maar ook hier blijken eenvoudige schadegrenzen te grof. Nieuwe veldgegevens van Van Herk laten herstel van stikstofgevoelige soorten zien bij nog relatief hoge N-depositie en NH₃-concentraties. Tegelijk kan bij sterke verdere reductie van ammoniak de luchtchemie verschuiven, waardoor juist salpeterzuur (HNO₃) en andere geoxideerde N-componenten belangrijker worden. Voor luchtafhankelijke korstmossen is daarom niet alleen de hoeveelheid stikstof, maar ook de samenstelling van die stikstof in de lucht bepalend.

De drie onderzoeken zeggen nadrukkelijk niet dat stikstof geen ecologisch probleem kan zijn. Ze laten wel zien dat een belangrijk deel van de stellige bewijsvoering in een ander licht komt te staan wanneer de oorspronkelijke experimenten, natuurlijke habitats en latere veldgegevens naast elkaar worden gelegd. Vooral de stap van “onder bepaalde omstandigheden kan stikstof schade veroorzaken” naar “de actuele stikstofdepositie is de doorslaggevende oorzaak van de huidige toestand van deze natuur” blijkt veel groter dan vaak wordt voorgesteld.

Dat is maatschappelijk relevant. Sinds de veel hogere stikstofbelasting uit het verleden zijn emissies en concentraties aanzienlijk teruggebracht. Tegelijk blijft Nederland grote maatregelen verbinden aan overschrijdingen van KDW’s en Critical Levels. Wanneer problemen bij soorten in werkelijkheid mede of voornamelijk samenhangen met verdroging, basenverlies, verkeerd beheer, bodemchemie of veranderend klimaat, moet natuurherstel juist dáár ingrijpen. Een eenzijdige focus op stikstof kan dan effectieve maatregelen zelfs uit beeld drukken.

Koch legt momenteel de laatste hand aan deze drie onderwerpen uit in afzonderlijke, uitgebreid gedocumenteerde studies. Opvallend is dat de nuanceringen grotendeels voortkomen uit peer-reviewed onderzoek uit dezelfde ecologische onderzoekstraditie waarop de huidige stikstofonderbouwing zelf steunt. De inzet is daarom niet om een nieuw kamp in de stikstofdiscussie te vormen, maar om terug te gaan naar de oorspronkelijke vraag: wat zien we werkelijk in experiment en veld, wat veroorzaakt dat, en welke maatregelen helpen de natuur daadwerkelijk?

AAN TAFEL! interviewde Carl Koch onlangs op zijn bedrijf KOCHlabs.
Kijk hier het interview terug.

Carl Koch benadert de stikstofvraag vanuit tientallen jaren praktische ervaring met praktijk en research onderzoek in landbouw- en natuurgebieden en laboratoria, met naast uitgebreide chemie ook uitgebreid bodem-biologische analyses en vanuit zijn werk als deskundige in geschillen rond bodem, meststoffen en gewassen.

Deel dit bericht: