Het weer houdt zich niet aan normering

AAN TAFEL! met Johan Emmens

Akkerbouwer Johan Emmens uit het Drentse Rolde houdt, net zoals ieder mens, van de natuur. Maar wat gebeurt er als er natuur wordt gecreëerd, die er voorheen niet was, je bedrijfsvoering serieus in gevaar brengt? Dit scenario is niet ondenkbaar nu in de plannen van LVVN-minister Jaimi van Essen een zonering van 1000 meter rondom Nationaal Park ‘de Drentsche Aa’ is ingetekend om het stikstofgevoelige trilveen te beschermen. Emmens verontwaardigd: “Hebben we daar als burger ook nog iets over te vertellen?”

Emmens: “Artikel 2, lid 3 beschrijft dat bij het aanwijzen en inrichten van een Natura 2000 gebied altijd rekening gehouden moet worden met de sociaaleconomische omstandigheden van het gebied. Dit staat letterlijk in de Habitatrichtlijn en de Omgevingswet. We waren er destijds al niet gerust op en werden gesust met de mededeling dat de aanwijzing louter een administratief gebeuren betrof. We weten inmiddels waartoe het geleid heeft.”

Akkerbouwers die dierlijke mest ontvangen, worden daar nu nog financieel voor beloond. Dit voordeel zal binnen afzienbare termijn vervallen aldus Emmens: “Een gevolg van de grondgebondenheid van de veehouderij is dat de akkerbouw binnenkort te kampen krijgt met een tekort aan dierlijke mest en gedwongen wordt kunstmest aan te kopen.”

Een ander misverstand dat Emmens graag uit de wereld helpt, betreft circulaire landbouw: “Een landbouwbedrijf is per definitie niet circulair, simpelweg omdat we producten leveren: akkerbouwgewassen, melk, vlees etc. Die producten bevatten mineralen. Als je die niet aanvult, verarm je de grond. Bij consumptie verdwijnen deze mineralen via de riolering uit het circuit. De mens is de grootste minerale verliespost.”

En dan de bollenteelt in Nederland. Ook Emmens verhuurt zijn grond deels aan bollentelers. De zorg rondom de bollenteelt is onterecht aldus Emmens: “Driekwart van het spuitvolume in de bollenteelt bestaat uit paraffineolie, een minerale olie die 1-op-1 te vergelijken is met babyolie. Als dit schadelijk zou zijn, zou je baby’s er toch ook niet mee inwrijven? Lelies en tulpen eet je weliswaar niet, maar dragen wel bij aan het welzijn van mensen.”

“Waar het uiteindelijk om draait is dat je als ondernemer een inkomen uit je bedrijf kunt halen. Als ik een ambtenaar op bezoek krijg, ga ik niet meer het veld en de loods in om te laten zien wat we allemaal met passie en overgave doen. Dat soort vrijblijvende gesprekken hebben we meer dan genoeg gevoerd. Nee, we gaan aan tafel om onze boekhouding te bekijken. Ik open graag de boeken om te laten zien welke hypotheek, vaste lasten, bedrijfs- en rentekosten we dragen. Als de politiek roept dat het anders moet, kan ik direct laten zien welke consequenties dit heeft op ons resultaat. Vervolgens is mijn vraag aan de ambtenaar: ‘Vertel me hoe ik kan overleven als akkerbouwer?’”

“De juridische werkelijkheid van Nederland kan niet omgaan met fluctuaties in het weer en de natuur. Men wil alles op normen en regels vastleggen. Als akkerbouwer met een extreme afhankelijkheid van het weer is dit onmogelijk.”

Emmens: “Nederland als landbouwland is één groot gemengd bedrijf. Wat de politiek nu doet, is één sector eruit pikken, zonder zich te realiseren welke consequenties dit heeft voor andere sectoren. Al dan niet bewust blijkt dit een succesvolle verdeel-en-heers strategie, aangezien agrarische belangenorganisaties er niet in slagen tot een integrale oplossing te komen. Ego’s staan een oplossing in de weg. Iedereen vindt zichzelf belangrijk; daar moeten we echt van af.”

Emmens besluit met een oproep aan de overheid: “Doelsturing met ‘de boer aan het roer’ klinkt op het eerste gezicht aantrekkelijk, maar laat het alsjeblieft geen harnas worden, die bij minimale afwijkingen tot stevige sancties leidt. De overheid kennende, dreigt het weer die kant op te gaan. Geef de sector een meerjarige gebruiksruimte om fluctuaties als gevolg van wisselende weers- en teeltomstandigheden, waar je als teler niets aan kunt doen, op te vangen.”

Deel dit bericht: