Nederland maakt zich druk over stikstof.
Over vergunningen.
Over natuurdoelen.
Over wat niet kan.
Ondertussen dreigt een veel concreter probleem ongemerkt dichterbij te komen.
Namelijk de vraag of we straks nog wel voldoende gas hebben.
Dat klinkt misschien vreemd. Jarenlang hoorden we dat we van het gas af moesten. Dat aardgas verleden tijd was. Dat de energietransitie ons minder afhankelijk zou maken van fossiele brandstoffen.
Maar de werkelijkheid blijkt weerbarstiger.
Nederland is nog altijd in grote mate afhankelijk van aardgas. Huishoudens verwarmen ermee hun woningen. Bedrijven gebruiken het voor productieprocessen. De industrie draait erop. De voedselproductie draait erop. Zelfs de elektriciteitsvoorziening is er nog gedeeltelijk van afhankelijk.
En juist daar ontstaat een ongemakkelijke waarheid.
De Nederlandse gasopslagen zijn momenteel uitzonderlijk laag gevuld. Volgens recente berichtgeving bedraagt de vulgraad slechts ongeveer 19 procent. Tegelijkertijd is Nederland sinds de sluiting van Groningen voor ongeveer 80 procent afhankelijk geworden van geïmporteerd gas. Daarmee is onze energievoorziening steeds afhankelijker van geopolitieke ontwikkelingen waar wij zelf nauwelijks invloed op hebben.
Dat is geen theoretisch risico.
Dat is een strategisch risico.
De oorlogen en spanningen in het Midden-Oosten laten zien hoe kwetsbaar de Europese energiemarkt nog altijd is. Economen van ABN AMRO waarschuwen dat gasprijzen langdurig hoog kunnen blijven doordat energie-infrastructuur beschadigd raakt en voorraden onder druk komen te staan. Zelfs wanneer geopolitieke spanningen afnemen, blijven de gevolgen nog lang voelbaar op de gasmarkt.
Daar komt nog iets bij.
Veel sectoren zijn veel minder ver in hun verduurzaming dan vaak wordt gedacht. Zo blijkt uit onderzoek van ABN AMRO dat aardgas nog steeds ongeveer 70 procent van de energiemix vormt binnen de voedingsmiddelenindustrie. De sector heeft het energieverbruik wel verminderd, maar blijft structureel afhankelijk van aardgas voor haar productieprocessen.
Dat betekent dat een verstoring van de gasvoorziening niet alleen gevolgen heeft voor de energierekening van huishoudens.
Het raakt onze voedselvoorziening.
Onze industrie.
Onze economie.
Onze concurrentiepositie.
Misschien nog wel het meest opmerkelijke is dat de overheid zelf deze risico’s al jaren onderkent. Het Ministerie van Economische Zaken heeft zelfs een uitgebreid Bescherm- en Herstelplan Gas opgesteld. Dat plan beschrijft scenario’s waarin sprake is van een ernstige verslechtering van de gaslevering, alarmniveaus, noodsituaties en zelfs maatregelen om gasverbruik te beperken wanneer tekorten ontstaan. Het bestaan van zo’n plan zegt eigenlijk alles: de overheid houdt nadrukkelijk rekening met een situatie waarin de gasvoorziening onder druk komt te staan.
Toch lijkt dit nauwelijks onderdeel van het publieke debat.
We discussiëren eindeloos over stikstof.
We discussiëren over procedures.
Over vergunningen.
Over juridische details.
Maar veel minder over de vraag hoe Nederland zijn energievoorziening veilig houdt in een wereld die instabieler wordt.
Daar wringt de schoen.
Want de energietransitie vraagt niet alleen om klimaatbeleid.
Zij vraagt ook om leveringszekerheid.
Om strategische voorraden.
Om alternatieven.
Om groen gas.
Om innovatie.
En vooral om realiteitszin.
Juist daarom is het opmerkelijk dat initiatieven die bijdragen aan energieonafhankelijkheid en vergroting van de binnenlandse energieproductie regelmatig vastlopen in bestuurlijke discussies waarin vooral wordt gekeken naar risico’s, terwijl de risico’s van niets doen veel minder aandacht krijgen.
Dat is geen gebrek aan goede bedoelingen.
Dat is een gebrek aan integraal denken.
Want wie alleen kijkt naar stikstof, ziet niet dat Nederland tegelijkertijd kwetsbaarder wordt voor geopolitieke schokken.
Wie alleen kijkt naar vergunningen, ziet niet dat onze afhankelijkheid van buitenlandse energie groeit.
Wie alleen kijkt naar de problemen van vandaag, mist de crisis van morgen.
En precies daarom is de belangrijkste conclusie uit dit dossier niet dat Nederland een gasprobleem heeft.
Nederland heeft een kennisprobleem.
Een kennistekort over energiezekerheid.
Een kennistekort over strategische afhankelijkheden.
Een kennistekort over de gevolgen van geopolitieke instabiliteit.
Want als de gasopslagen leeg raken, de prijzen stijgen en de leveringszekerheid onder druk komt te staan, zullen we ontdekken dat de grootste bedreiging niet afkomstig was uit een rechtbank, een vergunningprocedure of een stikstofberekening.
De grootste bedreiging was dat we te laat hebben beseft hoe kwetsbaar we werkelijk waren.
Het probleem is niet stikstof.
Het probleem is kennis.

Auteur: Adam Bakker - Statenlid Overijssel Vooruit